Steady As

I Algemeen

Rijnvaartpolitiereglement 1995

1. De in deze bijlage opgenomen schetsen hebben slechts een verduidelijkend karakter. Men dient zich te houden aan de tekst van het reglement die uitsluitend rechtsgeldigheid bezit.

2. Een duwstel, waarvan de grootste lengte en de grootste breedte niet meer dan 110 m respectievelijk 12 m bedraagt, wordt beschouwd als een alleen varend motorschip van dezelfde lengte.

3. Verklaringen:

Figure 1 in I of the RPR

vast licht dat rondom schijnend is

Figure 2 in I of the RPR

vast licht dat schijnt over een beperkte boog van de horizon

Figure 3 in I of the RPR

flikkerlicht

Figure 4 in I of the RPR

vlag of bord

Figure 5 in I of the RPR

bol

Figure 6 in I of the RPR

cilinder

Figure 7 in I of the RPR

kegel

Figure 8 in I of the RPR

ruit

Een voor de waarnemer niet zichtbaar licht is met een punt in het midden aangeduid.

De schetsen op zwarte ondergrond stellen de lichten voor.

Lichten

Schets

Dagtekens

Figure 9 in I of the RPR

1

Artikel 3.01 Begripsbepalingen en toepassing

Lid 1: De sektoren waarover het toplicht, de boordlichten en het heklicht zichtbaar zijn.

Figure 10 in I of the RPR

2

Artikel 3.08 Alleenvarende motorschepen

Lid 1: Lengte tot 110 m.

Figure 11 in I of the RPR

3

Artikel 3.08 Alleenvarende motorschepen

Lid 2: Lengte meer dan 110 m.

Lichten

Schets

Dagtekens

Figure 12 in I of the RPR

4

Figure 13 in I of the RPR

Artikel 3.09 Varende Slepen

Lid 1: Motorschip aan de kop van een varende sleep.

Figure 14 in I of the RPR

5

Figure 15 in I of the RPR

Artikel 3.09 Varende Slepen

Lid 2: Sleep aan de kop waarvan verscheidene motorschepen naast elkaar varen.

Figure 16 in I of the RPR

6

Figure 17 in I of the RPR

Artikel 3.09 Slepen

Lid 3: Gesleepte schepen.

Lichten

Schets

Dagtekens

Figure 18 in I of the RPR

7

Figure 19 in I of the RPR

Artikel 3.09 slepen

Lid 3 onder a: Lengte in een sleep langer dan 110 m.

Figure 20 in I of the RPR

8

Figure 21 in I of the RPR

Artikel 3.09 slepen

Lid 3 onder b: Lengte in een sleep bestaande uit meer dan twee langszijde van elkaar vastgemaakte schepen.

Figure 22 in I of the RPR

9

Figure 23 in I of the RPR

Artikel 3.09 slepen

Lid 4: Schip als laatste lengte van een sleep.

Lichten

Schets

Dagtekens

Figure 24 in I of the RPR

10

Figure 25 in I of the RPR

Artikel 3.09 Slepen

Lid 4: Meerdere schepen als laatste lengte van een sleep.

Figure 26 in I of the RPR

11

Artikel 3.10 Duwstellen

Lid 1: Duwstel

Figure 27 in I of the RPR

12

Artikel 3.10 Duwstellen

Lid 1 onder c: behalve de duwboot twee of meer andere schepen van achteren over de volle breedte inzetbaar.

Lichten

Schets

Dagtekens

Figure 28 in I of the RPR

13

Artikel 3.10 Duwstellen

Lid 2: Twee duwboten

Figure 29 in I of the RPR

14

Figure 30 in I of the RPR

Artikel 3.10 Duwstellen

Leden 3 en 4: Gesleept duwstel.

Figure 31 in I of the RPR

15

Artikel 3.11 Gekoppelde samenstellen

Lid 1: Twee motorschepen

Lichten

Schets

Dagtekens

Figure 32 in I of the RPR

16

Artikel 3.11 Gekoppelde samenstellen

Lid 1: Een motorschip en een schip dat geen motorschip is.

Figure 33 in I of the RPR

17

Artikel 3.12 Zeilschepen

Figure 34 in I of the RPR

18

Artikel 3.13 Kleine schepen

Lid 1 onder a, b en c: Klein motorschip.

Lichten

Schets

Dagtekens

Figure 35 in I of the RPR

19

Artikel 3.13 Kleine schepen

Lid 1 onder d, e, en f: Klein motorschip met de boordlichten onmiddellijk naast elkaar of in één lantaarn verenigd.

Figure 36 in I of the RPR

20

Artikel 3.13 Kleine schepen

Lid 1 onder f: klein motorschip met een rondom schijnend licht.

Figure 37 in I of the RPR

21

Artikel 3.13 Kleine schepen

Lid 3: Gesleept of langszijde vastgemaakt voorbewogen klein schip.

Lichten

Schets

Dagtekens

Figure 38 in I of the RPR

22

Artikel 3.13 Kleine schepen

Lid 4: Klein zeilschip.

Figure 39 in I of the RPR

23

Artikel 3.13 Kleine schepen

Lid 4: Klein zeilschip waarbij de boordlichten en het heklicht in één lantaarn aan de top van de mast verenigd zijn.

Figure 40 in I of the RPR

24

Artikel 3.13 Kleine schepen

Lid 4: Klein zeilschip met een rondom schijnend licht dat tevens bij het naderen van een ander schip een tweede licht toont.

Lichten

Schets

Dagtekens

Figure 41 in I of the RPR

25

Artikel 3.13 Kleine schepen

Lid 5: Klein schip dat noch door middel van een motor noch door middel van zeilen wordt voortbewogen.

Figure 42 in I of the RPR

26

Figure 43 in I of the RPR

Artikel 3.13 Kleine schepen

Leden 1 en 6: Klein schip dat gelijktijdig door middel van zeilen en door een motor wordt voortbewogen.

Figure 44 in I of the RPR

27a

Figure 45 in I of the RPR

Artikel 3.14 Schepen die bepaalde gevaarlijke stoffen vervoeren

Lid 1: Bepaalde brandbare stoffen, bedoeld in het ADN

Lichten

Schets

Dagtekens

27b

Figure 46 in I of the RPR

Artikel 3.14 Schepen die bepaalde gevaarlijke stoffen vervoeren

Lid 1: Bepaalde brandbare stoffen, bedoeld in het ADN

Figure 47 in I of the RPR

28a

Figure 48 in I of the RPR

Artikel 3.14 Schepen die bepaalde gevaarlijke stoffen vervoeren

Lid 2: Bepaalde voor de gezondheid schadelijke stoffen, bedoeld in het ADN

28b

Figure 49 in I of the RPR

Artikel 3.14 Schepen die bepaalde gevaarlijke stoffen vervoeren

Lid 2: Bepaalde voor de gezondheid schadelijke stoffen, bedoeld in het ADN

Lichten

Schets

Dagtekens

Figure 50 in I of the RPR

29

Figure 51 in I of the RPR

Artikel 3.14 Schepen die bepaalde gevaarlijke stoffen vervoeren

Lid 3: Bepaalde ontplofbare stoffen, bedoeld in het ADN

Figure 52 in I of the RPR

30

Figure 53 in I of the RPR

Artikel 3.14 Schepen die bepaalde gevaarlijke stoffen vervoeren

Lid 4: Duwstel.

Figure 54 in I of the RPR

31

Figure 55 in I of the RPR

Artikel 3.14 Schepen die bepaalde gevaarlijke stoffen vervoeren

Lid 4: Gekoppeld samenstel.

Lichten

Schets

Dagtekens

Figure 56 in I of the RPR

32

Figure 57 in I of the RPR

Artikel 3.14 Schepen die bepaalde gevaarlijke stoffen vervoeren

Lid 5: Duwstel met 2 duwboten.

33

Figure 58 in I of the RPR

Artikel 3.15 Schepen die meer dan 12 passagiers mogen vervoeren en warvan de maximale lengte van de romp minder dan 20 m is

Figure 59 in I of the RPR

34

Artikel 3.16 Veerponten

Lid 1: Niet-vrijvarende veerpont.

Lichten

Schets

Dagtekens

Figure 60 in I of the RPR

35

Artikel 3.16 Veerponten

Lid 2: Meest bovenstrooms gelegen ankerschuit of drijver van een veerpont aan een langskabel.

Figure 61 in I of the RPR

36

Artikel 3.16 Veerponten

Lid 3: Vrijvarende veerpont.

37

Figure 62 in I of the RPR

Artikel 3.17 Schepen die recht van voorrang hebben

Lichten

Schets

Dagtekens

Figure 63 in I of the RPR

38

Figure 64 in I of the RPR

Artikel 3.18 Onmanoeuvreerbare schepen

Figure 65 in I of the RPR

39

Artikel 3.19 Drijvende voorwerpen en drijvende inrichtingen

Figure 66 in I of the RPR

40

Artikel 3.20 Stilligende schepen

Lid 1: Schip met uitzondering van een klein schip, een veerpont en een drijvend werktuig in bedrijf.

Lichten

Schets

Dagtekens

Figure 67 in I of the RPR

41

Artikel 3.20 Stilliggende schepen

Lid 2: Klein schip met uitzondering van een bijboot.

Figure 68 in I of the RPR

42

Figure 69 in I of the RPR

Artikel 3.21 Stilliggende schepen die bepaalde gevaarlijke stoffen vervoeren

Figure 70 in I of the RPR

43

Figure 71 in I of the RPR

Artikel 3.21 Stilliggende schepen die bepaalde gevaarlijke stoffen vervoeren:

Duwstellen.

Lichten

Schets

Dagtekens

Figure 72 in I of the RPR

44

Figure 73 in I of the RPR

Artikel 3.21 Stilliggende schepen die bepaalde gevaarlijke stoffen vervoeren:

Gekoppeld samenstel.

Figure 74 in I of the RPR

45

Artikel 3.22 Op hun aanlegplaats stilliggende veerponten

Lid 1: Niet-vrijvarende veerpont.

Figure 75 in I of the RPR

46

Artikel 3.22 Op hun aanlegplaats stilliggende veerponten

Lid 2: Vrijvarende veerpont.

Lichten

Schets

Dagtekens

Figure 76 in I of the RPR

47

Artikel 3.23 Drijvende voorwerpen en drijvende inrichtingen

Figure 77 in I of the RPR

48

Figure 78 in I of the RPR

Artikel 3.24 Visserschepen met netten of uitleggers

Figure 79 in I of the RPR

49a

Figure 80 in I of the RPR

Lichten

Schets

Dagtekens

49b

Figure 81 in I of the RPR

Artikel 3.25 Drijvende werktuigen in bedrijf en vastgevaren of gezonken schepen

Lid 1 onder a: doorvaart aan beide zijden vrij.

Figure 82 in I of the RPR

50a

Figure 83 in I of the RPR

50b

Figure 84 in I of the RPR

Artikel 3.25 Drijvende werktuigen in bedrijf en vastgevaren of gezonken schepen

Lid 1 onder a en b: doorvaart aan één zijde vrij.

Lichten

Schets

Dagtekens

Figure 85 in I of the RPR

51

Figure 86 in I of the RPR

Artikel 3.25 Drijvende werktuigen in bedrijf en vastgevaren of gezonken schepen

Lid 1 onder c: bescherming tegen hinderlijke waterbeweging; doorvaart aan beide zijden vrij.

Figure 87 in I of the RPR

52

Figure 88 in I of the RPR

Artikel 3.25 Drijvende werktuigen in bedrijf en vastgevaren of gezonken schepen

Lid 2: Vastgevaren of gezonken schepen; doorvaart aan één zijde vrij.

Figure 89 in I of the RPR

53

Figure 90 in I of the RPR

Artikel 3.26 Schepen, drijvende voorwerpen en drijvende inrichtingen waarvan de ankers een gevaar voor de scheepvaart kunnen vormen

Lid 1 en 3: Schip met anker.

Lichten

Schets

Dagtekens

Figure 91 in I of the RPR

54

Figure 92 in I of the RPR

Artikel 3.26 Schepen, drijvende voorwerpen en drijvende inrichtingen waarvan de ankers een gevaar voor de scheepvaart kunnen vormen

Leden 2 en 3: Drijvend voorwerp of drijvende inrichting met ankers.

Figure 93 in I of the RPR

55

Figure 94 in I of the RPR

Artikel 3.26 Schepen, drijvende voorwerpen en drijvende inrichtingen waarvan de ankers een gevaar voor de scheepvaart kunnen vormen

Lid 4: Anker van een drijvend werktuig.

Figure 95 in I of the RPR

56

Figure 96 in I of the RPR

Artikel 3.27 Schepen van toezichthoudende ambtenaren.

Lichten

Schets

Dagtekens

Figure 97 in I of the RPR

57

Figure 98 in I of the RPR

Artikel 3.28 Schepen die werkzaamheden in de vaarweg uitvoeren.

Figure 99 in I of the RPR

58

Figure 100 in I of the RPR

Artikel 3.29 Bescherming tegen hinderlijke waterbeweging.

Figure 101 in I of the RPR

59

Figure 102 in I of the RPR

Artikel 3.30 Noodtekens.

Lichten

Schets

Dagtekens

Figure 103 in I of the RPR
Figure 104 in I of the RPR
Figure 105 in I of the RPR

62

Figure 106 in I of the RPR

Art 3.33 Verbod evenwijdig aan een schip ligplaats te nemen

Art. 15.07, achtste lid, onderdeel a, plicht tot waakzaamheid bij het bunkeren van vloeibaar aardgas (LNG).

Lichten

Schets

Dagtekens

Figure 107 in I of the RPR

63

Figure 108 in I of the RPR

Artikel 6.04 Ontmoeten

Lid 3: Ontmoeten stuurboord op stuurboord.

Figure 109 in I of the RPR

64

Figure 110 in I of the RPR

Artikel 3.08 Alleenvarende motorschepen

Lid 3: Snel schip

Figure 111 in I of the RPR
Figure 112 in I of the RPR

Artikel 2.06 Kenteken van schepen die vloeibaar aardgas (LNG) als brandstof gebruiken

RPR in force from 17 June 2026. Official text: wetten.overheid.nl.

Dutch legislation carries no copyright (Auteurswet article 11). Reproduced as published on wetten.overheid.nl.