Steady As

Voorschrift 6 Veilige vaart

Internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, 1972

Elk schip dient te allen tijde een veilige vaart aan te houden zodat het juiste en doeltreffende maatregelen kan nemen ter vermijding van aanvaring en kan worden gestopt binnen een voor de heersende omstandigheden en toestanden passende afstand.

Bij de bepaling van een veilige vaart dient onder meer rekening te worden gehouden met de volgende factoren:

(a) door alle schepen:

(i) het zicht;

(ii) de verkeersdichtheid, met inbegrip van concentraties van vissersschepen of andere schepen;

(iii) de manoeuvreerbaarheid van het schip, in het bijzonder wat betreft de afstand waarbinnen gestopt kan worden en de wendbaarheid in verband met de heersende toestanden;

(iv) des nachts de aanwezigheid van achtergrondlicht zoals van kustlichten of het stralen van zijn eigen lichten;

(v) de toestand van wind, zee en stroom en de nabijheid van gevaren voor de navigatie;

(vi) de diepgang ten opzichte van de beschikbare waterdiepte;

(b) bovendien, door schepen met een goed werkende radar:

(i) de kenmerken, doeltreffendheid en beperkingen van de radarinstallatie;

(ii) eventuele beperkingen opgelegd door het gebruikte radarbereik;

(iii) de invloed van de toestand van de zee, het weer en andere storingsbronnen op de ontdekking met behulp van radar;

(iv) de mogelijkheid dat kleine schepen, ijs en andere drijvende voorwerpen niet op voldoende afstand met behulp van radar worden ontdekt;

(v) het aantal, de plaats en de beweging van met behulp van radar ontdekte schepen;

(vi) de nauwkeuriger beoordeling van het zicht die eventueel mogelijk is wanneer de radar wordt gebruikt om de afstand tot schepen of andere voorwerpen in de omgeving te bepalen.

BvA in force from 1 January 2016. Official text: wetten.overheid.nl.

Dutch legislation carries no copyright (Auteurswet article 11). Reproduced as published on wetten.overheid.nl.