Voorschrift 3 Algemene begripsomschrijvingen
Internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, 1972
Voor de toepassing van deze Voorschriften, behalve waar het zinsverband anders vereist:
(a) omvat het woord „schip” elk vaartuig, met inbegrip van vaartui-gen zonder waterverplaatsing, WIG-tuigen en watervliegtuigen, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als een middel van vervoer te water.
(b) betekent de uitdrukking ,,werktuiglijk voortbewogen schip” elk schip voortbewogen door machines;
(c) betekent het woord ,,zeilschip” elk schip dat onder zeil is mits de voortstuwingsmachines, indien aangebracht, niet worden gebruikt;
(d) betekent de uitdrukking ,,schip bezig met de uitoefening van de visserij” een schip dat vist met netten, lijnen, sleepnetten of ander vistuig, die de manoeuvreerbaarheid beperken, maar omvat niet een schip dat vist met sleeplijnen of ander vistuig, die de manoeuvreerbaarheid niet beperken;
(e) betekent het woord ,,watervliegtuig” elk luchtvaartuig ontworpen om op het water te manoeuvreren;
(f) betekent de uitdrukking ,,onmanoeuvreerbaar schip” een schip
dat wegens een buitengewone omstandigheid niet in staat is te manoeuvreren zoals vereist volgens deze Voorschriften en dat daardoor niet in staat is voor een ander schip uit te wijken;
(g) betekent de uitdrukking „beperkt manoeuvreerbaar schip” een schip dat door de aard van zijn werk beperkt is in zijn mogelijkheid om te manoeuvreren zoals vereist volgens deze Voorschriften en dat daardoor niet in staat is voor een ander schip uit te wijken.
De uitdrukking „beperkt manoeuvreerbare schepen” omvat, doch is niet beperkt tot:
(i) een schip bezig met het leggen, onderhouden of lichten van een navigatiemerk, een onderzeese kabel of een pijpleiding;
(ii) een schip bezig met baggeren, opnamewerkzaamheden of werkzaamheden onder water;
(iii) een schip bezig met bevoorraden of met het overbrengen van personen, proviand of lading terwijl het varende is;
(iv) een schip bezig met het laten opstijgen of landen van luchtvaartuigen;
(v) een schip bezig met mijnenopruimingswerkzaamheden;
(vi) een schip bezig met sleepwerkzaamheden van zodanige aard dat daardoor het slepende schip en zijn sleep ernstig beperkt zijn in de mogelijkheid af te wijken van de koers die zij volgen;
(h) betekent de uitdrukking „schip door zijn diepgang beperkt in zijn manoeuvreerbaarheid” een werktuiglijk voortbewogen schip dat wegens zijn diepgang ten opzichte van de beschikbare diepte en breedte van het vaarwater ernstig beperkt is in zijn mogelijkheid af te wijken van de koers die het volgt;
(i) betekent het woord „varende” dat een schip niet ten anker ligt, niet is vastgemaakt aan de wal of niet aan de grond zit;
(j) betekenen de woorden „lengte” en „breedte” van een schip de lengte over alles en de grootste breedte buitenwerks;
(k) worden schepen geacht in zicht van elkaar te zijn alleen wanneer het ene vanaf het andere met het oog kan worden waargenomen;
(l) betekent de uitdrukking „beperkt zicht” elke situatie waarin het zicht wordt beperkt door mist, nevelig weer, sneeuwval, zware regenbuien, zandstormen of andere soortgelijke oorzaken.
(m) betekent het begrip „Wing-In-Ground (WIG)-tuig” elk multi-modaal tuig dat, tijdens haar belangrijkste operationele toestand, vlak boven het wateroppervlakte vliegt daarbij gebruik makend van de drukopbouw tussen het wateroppervlakte en het WIG-tuig.