Voorschrift 29 Loodsvaartuigen
Internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, 1972
a Een schip bezig met de uitoefening van de loodsdienst dient te tonen:
(i) aan of nabij de top van de mast twee rondom zichtbare lichten, het ene loodrecht onder het andere, het bovenste wit en het onderste rood;
(ii) wanneer het varende is, tevens boordlichten en een heklicht;
(iii) wanneer het ten anker ligt, behalve de lichten, voorgeschreven onder (i), tevens het licht, de lichten of het dagmerk, voorgeschreven in Voorschrift 30 voor ten anker liggende schepen.
b Een loodsvaartuig dat niet bezig is met de uitoefening van de loodsdienst dient de lichten of dagmerken te tonen, voorgeschreven voor een schip van zijn soort en lengte.