1
Internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, 1972
De volgende seinen, tezamen of afzonderlijk gebruikt of getoond, geven een noodsituatie en behoefte aan hulp aan:
a. een kanonschot of ander knalsein, afgevuurd met tussenpozen van ongeveer één minuut;
b. een aanhoudend geluid met een toestel voor mistseinen;
c. vuurpijlen of lichtkogels, die rode sterren uitwerpen en één voor één met korte tussenpozen worden afgevuurd;
d. een sein, door middel van een seinwijze uitgezonden, bestaande uit de groep … – – – … (SOS) van de morsecode;
e. een sein, uitgezonden door middel van radiotelefonie, bestaande uit het gesproken woord „MAYDAY”;
f. het noodsein „N.C.” uit het Internationaal Seinboek;
g. een sein bestaande uit een vierkante vlag met daarboven of daaronder een bal of een voorwerp dat op een bal gelijkt;
h. vlammen boven het schip (zoals van een brandend teervat, olievat, etc.);
i. een valschermsignaal of een handstakellicht dat een rood licht toont;
j. een rooksignaal dat oranje gekleurde rook afgeeft;
k. langzaam en herhaald op en neer bewegen van de naar beide zijden uitgestrekte armen;
l. een noodsignaal door middel van digital selective calling (DCS) uitgezonden op:
i. VHF-kanaal 70, of
ii. MF/HF op de frequenties 2187,5 kHz, 8414,5 kHz, 4207,5 kHz, 6312 kHz, 12577 kHz of 16804,5 kHz;
m. een schip-naar-wal noodsignaal, verzonden via Inmarsat of een op een andere mobiele satellietdienst werkend grondstation van het schip;
n. seinen uitgezonden door noodradiobakens die de positie aanduiden;
o. goedgekeurde seinen uitgezonden door systemen voor radiocommunicatie, met inbegrip van radartransponders van groepsreddingsmiddelen.