Bijlage 17 Manoeuvreerbaarheid van schepen en samenstellen
a. De vaarwegen, bedoeld in artikel 9.06, eerste lid, zijn:
1. het Hartelkanaal;
2. de Nieuwe Maas;
3. de Oude Maas;
4. de Dordtse Kil;
5. het Hollandsch Diep;
6. de Nieuwe Merwede;
7. de Beneden-Merwede;
8. de Boven-Merwede;
9. de Amer.
b. De vaarwegen, bedoeld in artikel 9.06, derde lid, zijn:
1. de Schelde-Rijnverbinding;
2. het Kanaal door Zuid-Beveland;
3. het Veerse Meer;
4. het Brabantsche Vaarwater;
5. de Witte Tonnen Vlije;
6. het Afgesloten-IJ;
7. het Buiten-IJ.
c. De vaarwegen, bedoeld in artikel 9.06, vierde lid, zijn:
1. de Twenthekanalen;
2. het Zwolle-IJsselkanaal;
3. het Meppelerdiep, vanaf het Zwarte Water tot aan de Kaapbrug;
4. het Zwarte Water;
5. het Zwolsche Diep;
6. het Zwanendiep;
7. het Ramsdiep;
8. de Geldersche IJssel;
9. het Keteldiep;
10. het Prinses Margrietkanaal;
11. het Van Starkenborghkanaal;
12. het Eemskanaal.
d. De vaarwegen, bedoeld in artikel 9.06, vijfde lid, zijn:
1. de Maas, tussen km 67,7 en km 226,50;
2. het Julianakanaal, tussen km 34,2 en km 36,6;
3. het Maas-Waalkanaal, tussen de aansluiting aan de Maas en de sluis te Weurt.
e. De vaarwegen bedoeld in artikel 9.06, zesde lid, zijn:
1. Zuid-Willemsvaart, sluis 4 tot Gekanaliseerde Dieze.
f. De vaarwegen, bedoeld in artikel 9.06, zevende lid, zijn:
1. Julianakanaal;
2. Verbindingskanaal in het Bossche Veld.